Zoals wellicht bekend is op 17 november 2009 de stichting “Herbouw kadekraan Campen” opgericht met als doel de oude ijzeren los- en laadkraan aan de ijsselkade te herbouwen. Als historische vereniging hebben we vanzelfsprekend veel belangstelling voor dit project. Doordat we het afgelopen jaar steeds meer contact zijn gaan zoeken met andere erfgoedinstellingen binnen de gemeente Kampen is een logisch gevolg hiervan dat we ook deze stichting waar mogelijk willen proberen te helpen.

Op deze pagina treft u naast een artikel van ons lid Kees Schilder ook een paar bijzondere foto’s van de kraan aan.

Er ontbreekt echter nog een belangrijke schakel in de kennis. We zouden graag in contact komen met mensen die zich de sloop nog kunnen herinneren. Het is nog steeds niet bekend wat er precies is gebeurd met de put / fundering van de kraan. En waar is de kraan gebleven of wat is er mee gebeurd. Neem daarom contact met ons op als u daarover wat kunt vertellen.






















“De ijzeren los- en laadkraan aan de IJsselkade te Kampen.”

door Kees Schilder.



Op 26 november 1869 schreef de blok- en mastenmaker G.R. ten Dam een brief naar B. en W. met daarin het verzoek om de defecte kraan aan de IJsselkade zo spoedig mogelijk te laten herstellen. Hij kreeg ten antwoord dat de kraan niet zou worden hersteld maar zou worden vervangen door een nieuwe kraan. Op de begroting voor 1870 was daarvoor reeds een post opgenomen. 1

Wethouder Hendrik Tofiel, die voorzitter was van de Commissie tot Voorbereiding der Publieke werken, bracht in december 1869 een bezoek aan ’s Gravenhage, waar hij waarschijnlijk sprak met de directie van het bedrijf dat de nieuwe kraan zou leveren. 2

In zijn hiervoor genoemde kwaliteit bracht Tofiel op 8 februari 1870 verslag uit aan B. en W. Op de vergadering van zijn Commissie van 4 februari 1870 hadden de leden besloten om aan B. en W. voor te stellen de directie van de ijzergieterij “De Prins van Oranje”te ’s Gravenhage uit te nodigen om een deskundige naar Kampen te sturen om het terrein te bezien waar de nieuwe kraan moest worden geplaatst. Hij moest overleggen met de stadsarchitect en met de directeur van de stadswaterwerken over de te maken fundering. Daarna zou een bestek worden opgemaakt, waarna na goedkeuring het maken der fundering openbaar zou worden aanbesteed. Welk advies deze deskundige heeft gegeven blijkt niet uit de gemeenteraadsverslagen, maar hij was er al zeker van dat zijn bedrijf de kraan mocht leveren. Dat blijkt uit een bij B. en W. ingekomen brief van de maatschappij “de IJssel” te Kampen, die voorstelt om een ijzeren kraan te leveren. In het aan die maatschappij op 7 maart 1870 gegeven antwoord wordt vermeld,  dat de levering van een kraan reeds is aangenomen  door de  ijzergieterij  “de Prins van Oranje” te ’s Gravenhage.3
























Het maken van de fundering voor de nieuwe kraan werd aanbesteed op 27 juni 1870. Een van de punten in het uitgebreide bestek was het verwijderen van de houten kraan en de fundamenten daarvan. Het werk moest klaar zijn op 15 augustus 1870. Op elke dag vertraging stond een boete van 10 gulden. Het werk werd aangenomen voor 1500 gulden door de aannemer J.W. Diebrink en de stukadoorsbaas H. Wellman.4

Waarschijnlijk is het werk op tijd gereedgekomen, want van een overschrijding van de afgesproken datum is niets te vinden in de stukken.

Op 19 augustus 1870 wordt een schrijven van de leverancier van de kraan in dato 4 augustus 1870 in het college van B. en W. besproken. De leverancier meldt dat de ijzeren kraan aan de fabriek gereed ligt en vraagt om de eerste termijn van de kostprijs, te weten een som van 2391 gulden, over te maken. Dat wil het college niet, want het zou in strijd zijn met punt 7 van de leveringsvoorwaarden. Onmiddellijk na de levering zou de eerste termijn betaald worden.

De directie van “de Prins van Oranje” schrijft op 19 augustus 1870 dat de kraan is verzonden en verzoekt om betaling van de eerste termijn. Tevens vraagt de directie wanneer de smeden naar Kampen kunnen komen om de kraan op te zetten. 5

B. en W. antwoordde op 22 augustus 1870 dat de kraan was aangekomen. De eerste termijn zou worden betaald. De smeden zouden op maandag 29 augustus naar Kampen kunnen komen en op dinsdag daarna kunnen beginnen met het afwerken. 6

Hier houden in de ambtelijke stukken de berichten over de kraan op. Ook de plaatselijke krant rept met geen woord over de plaatsing van een nieuwe kraan, maar die is er wel gekomen.

Op de begroting van 1870 was voor de nieuwe kraan een bedrag van 6000 gulden gereserveerd. Dit bedrag is terug te vinden in de stadsrekening van ontvangsten en uitgaven van dat jaar. Een keurige begroting dus. 7

Bijna 100 jaar lang heeft de kraan aan de IJssel gestaan, maar op het laatst niet meer als een hulpmiddel voor het laden en lossen of voor het te water laten van zeil- en roeischeepjes, maar wel als een beeldbepalend industrieel monument, dat echter onder druk van de vooruitgang in 1969 is afgebroken. De journalist die van de afbraak melding maakt in het Kamper Nieuwsblad van 25 januari van dat jaar verzucht dat men nog één jaar had moeten wachten; dan had men het eeuwfeest van de kraan kunnen vieren.


Noten:

1. Nieuw Archief (voortaan genoemd N.A.)   inv. nr. 185, blz. 100, 29.11.1869.

2. N.A. inv. nr. 185,   21.12.1869.

3. N.A. inv. nr. 185, blz. 160, 08.02.1870.

4. N.A. inv. nr. 2742, nr. 48.

5. N.A. inv. nr. 185, blz. 315.

6. N.A. inv. nr. 185,    blz. 327.  

7. N.A. inv. nr. 1356. (begroting 1870) en  inv. nr. 1499 (stadsrekening 1870)