

© HISTORISCHE VERENIGING VOOR DE IJSSELDELTA -


De stad Grafhorst
Ontstaan
Grafhorst is gesticht op een -
Wanneer de nederzetting is gesticht, is onbekend.
Het is niet ondenkbaar dat de eerste bewoners van deze streek, de Bruckters en later
de Saksische stammen, de rivierduinen gedeeltelijk hebben afgegraven. Hieruit zou
ook de naam Grafhorst ontstaan kunnen zijn. De naam Grafhorst is immers een samenstelling
tussen 'graf' en 'horst'. Het eerste woord is waarschijnlijk afgeleid van het woord
'graven' en het tweede woord betekent 'een met bomen begroeide hoogte'. In de 8e
eeuw veroveren de Franken ook deze streken op de Saksische bevolking, waardoor ze
onder de heerschappij van Karel de Grote komt. Ook begint in deze eeuw de Evangelieprediking
onder leiding van veelal Engelse monniken.
Stadsrechten
Het is 12 november 1277 als Grafhorst voor het eerst in een officiële acte wordt
genoemd. De kasteelheren Wilhelmus en Gerardus van Buckhorst, heren van Zalk, verkochten
een deel van hun grondbezit en lieten daarbij de acte opmaken in de nabijheid van
Grafhorst. En vijftig jaar later wordt Grafhorst opnieuw genoemd in de geschiedenis.
In 1333 verleent de Utrechtse bisschop Jan van Diest als leenman van Karel de Grote
het plaatsje Grafhorst stadsrechten. In de oorkonde van 1333 staat dat in tegenwoordigheid
van enige geestelijke en adellijke getuigen aan 'onse goede luden' van Grafhorst
stadsrechten worden verleent.
De inwoners van Grafhorst mogen schepenen aanstellen
om samen met de schout, die de bisschop heeft aangesteld, recht te spreken. De plichten
van de 'stedelingen' bestaan onder andere uit het leveren van manschappen in geval
van oorlog en een vastgestelde financiële vergoeding.

Oorlogen, tolkwesties en visserijconflicten
De vroegste geschiedenis van de stad Grafhorst is getekend door oorlogen, tolkwesties
en visserijconflicten. In 1362 helpen de Grafhorsternaren de Bisschop Jan van Arkel
in zijn strijd tegen de ridder Zweder van Voorts, die te Westenholte de grote burcht
'De Stins Voorst' bewoont. Reden van het conflict is de bedijking en verdeling van
Mastenbroek. Na de overwinning door Jan van Arkel laat hij Mastenbroek bedijken,
wat in 1364 wordt voltooit. Maar ook voor, tijdens en na de 80-
Overstromingen
Grafhorst krijgt in de loop der eeuwen veel te maken met grote overstromingen. Bekend zijn vooral die van 1775 en van 1825. Tijdens de grote Watersnood van 4 en 5 februari 1825 breken de dijken in Noordwest Overijssel op meer dan 70 plaatsen door, zo ook in Grafhorst. Aan de Branderdijk spoelen 10 woningen weg waarbij een vrouw op het dak van haar huisje wegdrijft. Zij belandt een kilometer verder, op de later afgegraven Kattenberg (de huidige Bergweg) bij De Plas, waar omwonenden haar de volgende dag redden. Bij de watersnood van 1825 verdrinken 6 van de circa 290 inwoners. Daarnaast blijken 26 van de 64 aanwezige woningen in Grafhorst weggeslagen en 12 zwaar beschadigd. Aan vee verliest de Grafhorster bevolking 37 runderen en 2 paarden.
De grote brand van 1849
Nog geen 25 jaar later (zaterdag 5 mei 1849) verwoest een grote brand bijna geheel
Grafhorst. Van de 60 huizen die er in het kleine stadje staan branden er 57 af. Op
de bewuste zaterdagmorgen was een groot deel van de mannelijke bevolking naar Kampen
gelopen om te onderhandelen over de pacht van de biezenvelden op het Kampereiland.
Nauwelijks waren zij in Kampen of het werd bekend dat in Grafhorst brand was uitgebroken.
De brand was even voorbij het veer ontstaan in een hooiberg en greep snel om zich
heen. In die tijd was een groot deel van de huizen met riet gedekt, bovendien hielden
veel bewoners vee met opslag voor hooi waardoor het vuur snel om zich heen greep.
De brandspuiten van IJsselmuiden Kampen en Genemuiden brachten geen redding. Halverwege
Grafhorst in noordelijke richting werden vijf huizen neergehaald om zo het vuur te
stoppen, maar ook dit mocht niet baten. Slechts drie enigszins afgezonderde woningen
aan de zuidelijke kant van Grafhorst konden de gezamenlijke brandweerlieden met vereende
krachten behouden. Tegen twaalven in de middag verminderde de vlammengloed omdat
alle huizen of in brand stonden of volkomen verteerd waren.
De ramp kost het leven
aan een 'bedelaar'. De man komt om het leven in een poging om geld uit zijn brandende
woning te halen. Indirect koste de brand ook nog eens het leven aan een aantal 'ramptoeristen'
uit Kampen. Deze waren per boot het Ganzediep afgevaren om de ramp te kunnen overzien.
Op de terugweg sloeg de boot om tijdens een hevige onweersbui met rukwinden en van
de 8 inzittenden kwamen vier personen om het leven.
De brand krijgt landelijke bekendheid
en in een groots opgezette hulpactie wordt een, voor die dagen, enorm bedrag van
€ 7.527,07 bijeen gebracht. Toch zijn de gevolgen van de brand nog lange tijd merkbaar.
De herbouw van Grafhorst komt door gebrek aan bouwvakkers maar langzaam van de grond.
De woningen worden gebouwd volgens een standaard opzet, waardoor Grafhorst tientallen
jaren grotendeels maar één woningtype kent. Ook de gevolgen voor de werkgelegenheid
zijn groot. Biezen snijdt men in deze zomer nauwelijks. Verwerking van de biezen
tot stoelmatten en vloerbedekking kan niet plaatsvinden, omdat hiervoor geen ruimte
is.

Epidemieën
Diverse cholera-
De ommekeer
De tegenslagen die Grafhorst in zijn vroege geschiedenis ondervindt hebben hun weerslag
op de leefwijze van de bevolking. Daarbij komt dat zij als vissers direct afhankelijk
zijn van de 'gegeven' weersomstandigheden. Zij zijn voor het overgrote deel onbemiddeld
en vullen een karig vissersloon aan met inkomsten uit huisvlijt. Tot laat in de 20e
eeuw blijft Grafhorst een 'vissersdorp' met een hechte onderlinge gemeenschap.
De
twintigste eeuw bracht voor Grafhorst een grote ommekeer. In de eerste plaats verdween
de visserij, waarop Grafhorst eeuwenlang teerde. In de tweede plaats verdween ook
de huisnijverheid, het maken van rieten en biezen matten. Hiervoor in de plaats kwamen
meer veehouders, terwijl het andere gedeelte van de bevolking werk vond in de verschillende
industrieën in Grafhorst, IJsselmuiden en Kampen.
Overweegt met bedachtzaamheid en handelt met beslistheid
In 1902 werd de in 1851 -
De oude school met raadkamer bij het veer werd in 1904
voor onbepaalde tijd verhuurt aan de vereniging die zich bezig hield met de drooglegging
van de Koekoek. Voor fl. 100,-

Verlichting én ... telefoon
Het is 1908 als de raad van Grafhorst besluit het nachtelijk duister te doorbreken
met de aanleg van petroleum straatverlichting. Dit is dan 28 jaar na invoering ervan
door IJsselmuiden, wat temeer een blijk geeft van de armoede van Grafhorst destijds.
Het wordt 1925 als Grafhorst elektrisch wordt verlicht en 1927 als de openbare lagere
school met raadkamer en de onderwijzerswoning van elektrisch licht worden voorzien.
De wedde van de Grafhorster gemeentearbeider, belast met het opsteken van de lantaarns,
tevens nachtwacht en grafdelver, werd gelijktijdig verhoogd tot fl. 360,-
't Grafhorsterveer
Grafhorst bezat eeuwenlang een veer. In 1932 is de exploitatie van het pontveer overgenomen
door de Gemeente Kampen, die tegelijkertijd een nieuw veerhuis bouwde. 't Veer was
in 1811 naar zeggen al 100 jaar in handen van de familie Egberts en is daarna 120
jaar in eigendom geweest van de familie Van den Belt. De beide families onderhielden
de pont-

Visserij en veehouderij
In de bloeiperiode van de visserij, net voor de afsluiting van de Zuiderzee in 1932,
telde Grafhorst zelfs 33 eigen visserschepen met de registratieletters GT. De laatste
beroepsvisser van Grafhorst beëindigde in 1946 zijn visserij in de voormalige Zuiderzee.
Daarna was het afgelopen met de bedrijvigheid in de haven en in 1950 werd deze gedempt.
Naast visserij was veeteelt in Grafhorst een hoofdmiddel van bestaan. De Grafhorsterraad
besloot op 3 augustus 1864 om de enige jaren geleden gesloten veemarkt te heropenen.
In dat jaar wordt de najaars-

Naast de visserij en veehouderij werkten de Grafhorstenaren als verveners en turfmakers, rietdekkers, landbouwers en winkeliers.
Burgerij met beweiding van de Halingen
Zoals in meer omliggende kernen kent Grafhorst van oudsher een burgerij. De oudste
stukken hierover dateren van 1740, maar waarschijnlijk dateert de burgerij van eerder
datum. Het Grafhorster burgerrecht omvat het recht tot gemeenschappelijke beweiding
van een ongeveer 56 ha groot gebied, de Halingen genaamd. Daarnaast ontvangen de
burgers een jaarlijkse uitkering. Het is gelegen ten noordoosten van Grafhorst, tussen
de weg Grafhorst-
Onderdeel van de gemeenten IJsselmuiden en Kampen
Tot 1 januari 1937 was Grafhorst een zelfstandige gemeente, hoewel de burgemeesters
rond die tijd burgemeester waren van zowel Grafhorst, IJsselmuiden als Wilsum. De
gemeente IJsselmuiden ontstond in 1937 door samenvoeging van de Gemeente IJsselmuiden,
Grafhorst, Wilsum, Kamperveen, Zalk en Veecaten.
Sinds 1 januari 2001 maakt de 'stad'
Grafhorst deel uit van de gemeente Kampen. De belangrijkste bronnen van inkomsten
zijn tegenwoordig de landbouw en de industrie. Het dorp telt ca. 300 woningen en
1.100 inwoners.
De redenen waarom Grafhorst stadsrechten krijgt zijn onbekend. Mogelijk is het vanwege
de ligging aan één van de rivierarmen van de IJsseldelta of om tegenwicht te bieden
aan de nabijgelegen handelsstad 'Campen'. In ieder geval zijn de ontvangen stadsrechten
in 1433 bevestigd door bisschop Rudolf van Diepholt, in 1496 door Bisschop Frederik
van Baden en in 1517 door Bisschop Philips van Bourgondië.
De stadsrechten hebben
echter niet tot gevolg dat Grafhorst zich tot een werkelijke stad ontwikkelt. De
stad wordt nooit ommuurd en bezit eeuwenlang geen kerk, maar behoort kerkelijk tot
IJsselmuiden. Grafhorst onderscheidt zich van het platteland door zijn bestuursinrichting
en door zijn eigen rechtspraak. Het bestuur van het stadje bestaat uit een magistraat
van vier leden en een gezworen gemeenteraad van eveneens vier leden. In 1811 wordt
het stadsgebied tot een gemeente gevormd, bestuurd door een maire, adjunct-