Woonkern Grafhorst
Woonkern Wilsum
Woonkern Kampereiland
Jan van Arkel.Actueel.Taalkringe.Zoekplaatje.Onderzoek.Transcripties.Oproepen.Woonkernen.Contact.Forum.Links.

© HISTORISCHE VERENIGING VOOR DE IJSSELDELTA -JAN VAN ARKEL / webdesign Remy Steller

Jan van Arkel

De stad Grafhorst

Ontstaan

Grafhorst is gesticht op een - voor de streek karakteristieke - rivierduin aan een voormalige arm van de IJsseldelta. Vroeger heette deze het 'Graffersche dyp' en nu het 'Ganzendiep', door de ouderen vaak nog 'd Yssel genoemd. De kernen die zich in vroeger tijden hebben gevormd op de rivierduinen zijn nog wel aan te wijzen. Te beginnen bij Wilsum en via de Nieuwstad, Uiterwijk, Oosterholt, Dorpsweg en de Zandberg eindigend bij de 'Zeven Heuvels' onder Grafhorst.
Wanneer de nederzetting is gesticht, is onbekend. Het is niet ondenkbaar dat de eerste bewoners van deze streek, de Bruckters en later de Saksische stammen, de rivierduinen gedeeltelijk hebben afgegraven. Hieruit zou ook de naam Grafhorst ontstaan kunnen zijn. De naam Grafhorst is immers een samenstelling tussen 'graf' en 'horst'. Het eerste woord is waarschijnlijk afgeleid van het woord 'graven' en het tweede woord betekent 'een met bomen begroeide hoogte'. In de 8e eeuw veroveren de Franken ook deze streken op de Saksische bevolking, waardoor ze onder de heerschappij van Karel de Grote komt. Ook begint in deze eeuw de Evangelieprediking onder leiding van veelal Engelse monniken.

Stadsrechten

Het is 12 november 1277 als Grafhorst voor het eerst in een officiële acte wordt genoemd. De kasteelheren Wilhelmus en Gerardus van Buckhorst, heren van Zalk, verkochten een deel van hun grondbezit en lieten daarbij de acte opmaken in de nabijheid van Grafhorst. En vijftig jaar later wordt Grafhorst opnieuw genoemd in de geschiedenis.
In 1333 verleent de Utrechtse bisschop Jan van Diest als leenman van Karel de Grote het plaatsje Grafhorst stadsrechten. In de oorkonde van 1333 staat dat in tegenwoordigheid van enige geestelijke en adellijke getuigen aan 'onse goede luden' van Grafhorst stadsrechten worden verleent.
De inwoners van Grafhorst mogen schepenen aanstellen om samen met de schout, die de bisschop heeft aangesteld, recht te spreken. De plichten van de 'stedelingen' bestaan onder andere uit het leveren van manschappen in geval van oorlog en een vastgestelde financiële vergoeding.


Oorlogen, tolkwesties en visserijconflicten

 

De vroegste geschiedenis van de stad Grafhorst is getekend door oorlogen, tolkwesties en visserijconflicten. In 1362 helpen de Grafhorsternaren de Bisschop Jan van Arkel in zijn strijd tegen de ridder Zweder van Voorts, die te Westenholte de grote burcht 'De Stins Voorst' bewoont. Reden van het conflict is de bedijking en verdeling van Mastenbroek. Na de overwinning door Jan van Arkel laat hij Mastenbroek bedijken, wat in 1364 wordt voltooit. Maar ook voor, tijdens en na de 80-jarige oorlog (1568-1648) vinden verschillende schermutselingen plaats rond de naburige steden Zwolle, Kampen, Genemuiden en Hasselt. Daarbij blijkt de Kamperzeedijk een belangrijke doorvoerroute. Ongetwijfeld hielden troepen van verschillende partijen 'huis' in de niet ommuurde vissersplaats Grafhorst. Visserij en veeteelt zijn in Grafhorst hoofdmiddelen van bestaan. Daarnaast werken de Grafhorstenaren als verveners en turfmakers, rietdekkers, landbouwers en winkeliers. Ook maken ze biezen- en russenmatten. Deze huisindustrie is een welkome bron van (bij)verdienste.

Overstromingen

Grafhorst krijgt in de loop der eeuwen veel te maken met grote overstromingen. Bekend zijn vooral die van 1775 en van 1825. Tijdens de grote Watersnood van 4 en 5 februari 1825 breken de dijken in Noordwest Overijssel op meer dan 70 plaatsen door, zo ook in Grafhorst. Aan de Branderdijk spoelen 10 woningen weg waarbij een vrouw op het dak van haar huisje wegdrijft. Zij belandt een kilometer verder, op de later afgegraven Kattenberg (de huidige Bergweg) bij De Plas, waar omwonenden haar de volgende dag redden. Bij de watersnood van 1825 verdrinken 6 van de circa 290 inwoners. Daarnaast blijken 26 van de 64 aanwezige woningen in Grafhorst weggeslagen en 12 zwaar beschadigd. Aan vee verliest de Grafhorster bevolking 37 runderen en 2 paarden.

De grote brand van 1849

Nog geen 25 jaar later (zaterdag 5 mei 1849) verwoest een grote brand bijna geheel Grafhorst. Van de 60 huizen die er in het kleine stadje staan branden er 57 af. Op de bewuste zaterdagmorgen was een groot deel van de mannelijke bevolking naar Kampen gelopen om te onderhandelen over de pacht van de biezenvelden op het Kampereiland. Nauwelijks waren zij in Kampen of het werd bekend dat in Grafhorst brand was uitgebroken. De brand was even voorbij het veer ontstaan in een hooiberg en greep snel om zich heen. In die tijd was een groot deel van de huizen met riet gedekt, bovendien hielden veel bewoners vee met opslag voor hooi waardoor het vuur snel om zich heen greep. De brandspuiten van IJsselmuiden Kampen en Genemuiden brachten geen redding. Halverwege Grafhorst in noordelijke richting werden vijf huizen neergehaald om zo het vuur te stoppen, maar ook dit mocht niet baten. Slechts drie enigszins afgezonderde woningen aan de zuidelijke kant van Grafhorst konden de gezamenlijke brandweerlieden met vereende krachten behouden. Tegen twaalven in de middag verminderde de vlammengloed omdat alle huizen of in brand stonden of volkomen verteerd waren.
De ramp kost het leven aan een 'bedelaar'. De man komt om het leven in een poging om geld uit zijn brandende woning te halen. Indirect koste de brand ook nog eens het leven aan een aantal 'ramptoeristen' uit Kampen. Deze waren per boot het Ganzediep afgevaren om de ramp te kunnen overzien. Op de terugweg sloeg de boot om tijdens een hevige onweersbui met rukwinden en van de 8 inzittenden kwamen vier personen om het leven.
De brand krijgt landelijke bekendheid en in een groots opgezette hulpactie wordt een, voor die dagen, enorm bedrag van € 7.527,07 bijeen gebracht. Toch zijn de gevolgen van de brand nog lange tijd merkbaar. De herbouw van Grafhorst komt door gebrek aan bouwvakkers maar langzaam van de grond. De woningen worden gebouwd volgens een standaard opzet, waardoor Grafhorst tientallen jaren grotendeels maar één woningtype kent. Ook de gevolgen voor de werkgelegenheid zijn groot. Biezen snijdt men in deze zomer nauwelijks. Verwerking van de biezen tot stoelmatten en vloerbedekking kan niet plaatsvinden, omdat hiervoor geen ruimte is.

Epidemieën

Diverse cholera-epidemieën treffen Grafhorst. In 1849 treft een epidemie Wilsum, Grafhorst en IJsselmuiden. Een nieuwe epidemie in 1855 kost twee Grafhorstenaren het leven, terwijl de cholera-epidemie van 1866 vier inwoners van Grafhorst ten grave sleept. In 1867 omvat Grafhorst 211 bunder land en wonen er circa 500 inwoners, in vergelijking met 1849 (het jaar van de grote brand), toen Grafhorst circa 300 inwoners kende, een forse groei. Enkele jaren later, in 1870, treffen 'de pokken' Grafhorst zwaar. Er zijn dan zoveel zieken, dat het niet gewenst is ieder te laten weten dat er weer een slachtoffer aan de pokken is gestorven. In karren met stro om de wielen brengt men de doden, waaronder ds. D.N. Eerdmans van de Hervormde gemeente IJsselmuiden-Grafhorst, naar de begraafplaats. Van de 53 zieken overlijden achttien personen.

De ommekeer

De tegenslagen die Grafhorst in zijn vroege geschiedenis ondervindt hebben hun weerslag op de leefwijze van de bevolking. Daarbij komt dat zij als vissers direct afhankelijk zijn van de 'gegeven' weersomstandigheden. Zij zijn voor het overgrote deel onbemiddeld en vullen een karig vissersloon aan met inkomsten uit huisvlijt. Tot laat in de 20e eeuw blijft Grafhorst een 'vissersdorp' met een hechte onderlinge gemeenschap.
De twintigste eeuw bracht voor Grafhorst een grote ommekeer. In de eerste plaats verdween de visserij, waarop Grafhorst eeuwenlang teerde. In de tweede plaats verdween ook de huisnijverheid, het maken van rieten en biezen matten. Hiervoor in de plaats kwamen meer veehouders, terwijl het andere gedeelte van de bevolking werk vond in de verschillende industrieën in Grafhorst, IJsselmuiden en Kampen.

Overweegt met bedachtzaamheid en handelt met beslistheid

In 1902 werd de in 1851 -na de brand- gebouwde school vervangen door een geheel nieuw gebouwde school, waaraan opnieuw een raadkamer was gebouwd. Dit gebouw stond aan de toenmalige provinciale weg naar Genemuiden en is een gebouw van de bekende Kamper architect Broekema. Deze raadkamer diende tevens als trouwkamer in de gemeente Grafhorst. In de raadkamer was de volgende spreuk aangebracht; 'Overweegt met bedachtzaamheid en handelt met beslistheid'.
De oude school met raadkamer bij het veer werd in 1904 voor onbepaalde tijd verhuurt aan de vereniging die zich bezig hield met de drooglegging van de Koekoek. Voor fl. 100,- per jaar. Later, in 1911 is het gebouw verbouwd tot drie woningen.

Verlichting én ... telefoon

Het is 1908 als de raad van Grafhorst besluit het nachtelijk duister te doorbreken met de aanleg van petroleum straatverlichting. Dit is dan 28 jaar na invoering ervan door IJsselmuiden, wat temeer een blijk geeft van de armoede van Grafhorst destijds. Het wordt 1925 als Grafhorst elektrisch wordt verlicht en 1927 als de openbare lagere school met raadkamer en de onderwijzerswoning van elektrisch licht worden voorzien. De wedde van de Grafhorster gemeentearbeider, belast met het opsteken van de lantaarns, tevens nachtwacht en grafdelver, werd gelijktijdig verhoogd tot fl. 360,- per jaar. In het tijdvak 1931-1935 is Grafhorst aangesloten op het Kamper telefoonnet.

't Grafhorsterveer

Grafhorst bezat eeuwenlang een veer. In 1932 is de exploitatie van het pontveer overgenomen door de Gemeente Kampen, die tegelijkertijd een nieuw veerhuis bouwde. 't Veer was in 1811 naar zeggen al 100 jaar in handen van de familie Egberts en is daarna 120 jaar in eigendom geweest van de familie Van den Belt. De beide families onderhielden de pont- en veerdienst voor eigen rekening en de vaartuigen waren in eigendom. Het pontveer Grafhorst-Kampereiland werd op 1 februari 1955 opgeheven, hoewel nog tot 25 januari 1960 een voetveer is onderhouden voor schoolkinderen en arbeiders.

Visserij en veehouderij

In de bloeiperiode van de visserij, net voor de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, telde Grafhorst zelfs 33 eigen visserschepen met de registratieletters GT. De laatste beroepsvisser van Grafhorst beëindigde in 1946 zijn visserij in de voormalige Zuiderzee. Daarna was het afgelopen met de bedrijvigheid in de haven en in 1950 werd deze gedempt. Naast visserij was veeteelt in Grafhorst een hoofdmiddel van bestaan. De Grafhorsterraad besloot op 3 augustus 1864 om de enige jaren geleden gesloten veemarkt te heropenen. In dat jaar wordt de najaars-markt voor het eerst op de 1e dinsdag in oktober gehouden. De huidige 'biestemarkt' te Grafhorst is vooral warenmarkt en familiereünie.

 

         

 

Naast de visserij en veehouderij werkten de Grafhorstenaren als verveners en turfmakers, rietdekkers, landbouwers en winkeliers.

Burgerij met beweiding van de Halingen

Zoals in meer omliggende kernen kent Grafhorst van oudsher een burgerij. De oudste stukken hierover dateren van 1740, maar waarschijnlijk dateert de burgerij van eerder datum. Het Grafhorster burgerrecht omvat het recht tot gemeenschappelijke beweiding van een ongeveer 56 ha groot gebied, de Halingen genaamd. Daarnaast ontvangen de burgers een jaarlijkse uitkering. Het is gelegen ten noordoosten van Grafhorst, tussen de weg Grafhorst-Genemuiden (Kamperzeedijk) en de rivierarmen het Ganzendiep en de Goot. Het recht van beweiding komt uitsluitend de maximaal 33 oud-burgers toe.

Onderdeel van de gemeenten IJsselmuiden en Kampen

Tot 1 januari 1937 was Grafhorst een zelfstandige gemeente, hoewel de burgemeesters rond die tijd burgemeester waren van zowel Grafhorst, IJsselmuiden als Wilsum. De gemeente IJsselmuiden ontstond in 1937 door samenvoeging van de Gemeente IJsselmuiden, Grafhorst, Wilsum, Kamperveen, Zalk en Veecaten.
Sinds 1 januari 2001 maakt de 'stad' Grafhorst deel uit van de gemeente Kampen. De belangrijkste bronnen van inkomsten zijn tegenwoordig de landbouw en de industrie. Het dorp telt ca. 300 woningen en 1.100 inwoners.

De redenen waarom Grafhorst stadsrechten krijgt zijn onbekend. Mogelijk is het vanwege de ligging aan één van de rivierarmen van de IJsseldelta of om tegenwicht te bieden aan de nabijgelegen handelsstad 'Campen'. In ieder geval zijn de ontvangen stadsrechten in 1433 bevestigd door bisschop Rudolf van Diepholt, in 1496 door Bisschop Frederik van Baden en in 1517 door Bisschop Philips van Bourgondië.
De stadsrechten hebben echter niet tot gevolg dat Grafhorst zich tot een werkelijke stad ontwikkelt. De stad wordt nooit ommuurd en bezit eeuwenlang geen kerk, maar behoort kerkelijk tot IJsselmuiden. Grafhorst onderscheidt zich van het platteland door zijn bestuursinrichting en door zijn eigen rechtspraak. Het bestuur van het stadje bestaat uit een magistraat van vier leden en een gezworen gemeenteraad van eveneens vier leden. In 1811 wordt het stadsgebied tot een gemeente gevormd, bestuurd door een maire, adjunct-maire en tien gemeenteraadsleden. Sindsdien is het bestuur gelijk aan de besturen van andere gemeenten.